Jaarverslag 2025

2025: een dynamisch jaar  

“Hoewel accountants met het afleggen van de eed zweren of beloven dat zij zullen handelen in het algemeen belang, zijn zij zich niet altijd bewust van deze primaire verantwoordelijkheid”
Foto: Michel ter Wolbeek

Beste lezer,
Ieder jaar rond maart houd ik mij samen met de secretaris bezig met het maken van ons jaarverslag. Een boeiend, cijfermatig en creatief proces! Reflecteren op wat er aan zaken is gepasseerd en wat er zo al over de Accountantskamer is gezegd en geschreven, waarop ik dan eindelijk weerwoord kan geven. Ik en anderen, zo lees ik, wagen zich inmiddels niet meer aan een reactie op interessante columns op Accountant.nl waar de discussie veelal uitmondt op Unierecht en onverbindendheid van wet- en regelgeving. En dat is jammer want een goede reflectie op de veranderende rol van de accountant in een digitale samenleving, waarin bovendien de perceptie van en tolerantie voor bepaalde vormen van fraude verschuift, is noodzakelijk. 

Onlangs sprak ik ons accountantslid Pieter Mansvelder over het feit dat de marktomstandigheden, technologische ontwikkelingen en geopolitieke factoren tot een toenemend risico van fraude en andere vormen van financieel-economische criminaliteit leiden. Als reactie daarop is wereldwijd de maatschappelijke aandacht voor de rol van de accountant op dat vlak sterk toegenomen en zijn regelgeving voor en toezicht op accountants aangescherpt. De hiermee samenhangende vraagstukken voor de Nederlandse accountantspraktijk zijn complex en omvangrijk. De Accountantskamer is in 2025 geconfronteerd met klachten waarin financieel-economische criminaliteit een rol speelt. Niet verrassend dus, ook omdat de frauderisicoanalyse het afgelopen jaar onder de loep lag van de AFM en NBA. Door de AFM zijn twee interessante (controle)zaken met dat onderwerp aan de Accountantskamer voorgelegd. Dat geeft de Accountantskamer de gelegenheid bij te dragen aan de doorontwikkeling van het accountantsberoep op het gebied van fraude door het uitleggen en duiden van (open) normen in wet- en regelgeving. 

Klachten NBA

Door de NBA zijn in 2025 wederom (NVKS-)klachten ingediend tegen kwaliteitsbepalers van wie de kantoren niet door de (her-)toetsing zijn gekomen. Het ging om 9 zaken. Daarbij is vaak niet op brieven en sommaties van de NBA gereageerd. Ook wordt ten tijde van de toetsing wel erkend dat de kwaliteit van het kantoor niet op orde is en dat fouten in getoetste dossiers zijn gemaakt, terwijl dat bij de behandeling van de tuchtklacht op de zitting vaker wordt betwist. Dat is meestal te laat. Omdat de getoetste dossiers vanwege de vertrouwelijkheid niet bij de tuchtklacht worden voorgelegd, is het belangrijk dat kwaliteitsbepalers op tijd en adequaat reageren ten tijde van de toetsing en bevindingen zorgvuldig bespreken en weerleggen.
De NBA heeft ook weer PE-klachten ingediend tegen accountants die niet zouden hebben voldaan aan hun verplichting om hun PE-portfolio met betrekking tot het jaar 2024 over te leggen. Na indiening heeft een deel alsnog het portfolio opgesteld waarmee 24 klachten resteerden. Deze zaken zijn inmiddels behandeld. Opvallend is dat het voor een groot deel gaat om accountants in business die dat in voorgaande jaren ook niet hebben gedaan, maar die in 2024 nog wel in het accountantsregister stonden ingeschreven. Veel van deze accountants zijn als gevolg van eerder opgelegde maatregelen van de Accountantskamer al in 2025 uitgeschreven uit het accountantsregister, maar dat baat deze accountants niet. Het toetsmoment voor de ontvankelijkheid van een tuchtklacht bij de Accountantskamer is namelijk of de accountant ten tijde van het verweten handelen nog in het accountantsregister stond. De inschrijving in het accountantsregister voegt waarde toe voor de accountant bij de uitoefening van zijn functie. Het maatschappelijk verkeer mag dan verwachten dat de accountant de daarbij behorende beroepsregels op het gebied van permanente educatie naleeft.

Aantal klachten, doorlooptijd en gegrondverklaring  

Over 2025 zijn 177 tuchtklachten ingediend, een forse toename ten opzichte van de 105 in 2024. De gemiddelde doorlooptijd van de zaken die op zitting zijn behandeld is mede door ons Project Optimalisatie Zaakbehandeling niet opgelopen. In de bijdrage van secretaris Eveline van de Beld kunt u verder lezen over wat daarmee bedoeld is en wat de Accountantskamer nadien aan de tuchtprocedure heeft gewijzigd. 

In 2025 is in 117 zaken uitspraak gedaan en 28 zaken zijn na indiening alsnog ingetrokken (meestal vaak nadat een schikking is bereikt) en 10 zaken zijn niet in behandeling genomen, bijvoorbeeld omdat opgevraagde stukken, na rappèl, door klagers niet waren ingediend. Ook zijn meer klachten met een voorzittersbeslissing afgedaan. Van de 78 zaken die op zitting zijn behandeld zijn 52 klachten gegrond bevonden. Aan accountants zijn 35 (tijdelijke) doorhalingen opgelegd, variërend van 1 maand tot 5 jaar. Vanwege (ernstige) recidive was dat in 20 PE-zaken het geval. 

De reeks infographics bij dit jaarverslag biedt meer inzicht in de zaken die de Accountantskamer in 2025 heeft behandeld, welke maatregelen zijn opgelegd en welke fundamentele beginselen daarbij een rol speelden.

Kritiek tuchtrecht accountancy
Is de Accountantskamer in 2025 te streng geweest en hanteert zij een verkeerde toetsing met te weinig ruimte voor professionele oordeelsvorming? Onlangs las ik dat verwijt in een artikel in het Tijdschrift Ondernemingsrecht. De strekking ervan is dat de Accountantskamer in relatieve en absolute zin veel (tijdelijke) doorhalingen oplegt wat bijdraagt aan negatieve beeldvorming over het accountantsberoep. Ook werd gewezen op het gevaar dat die negatieve beeldvorming eraan bijdraagt nog zwaarder te straffen (‘maatregelinflatie’). Het zou er bovendien op lijken dat het handelen van de accountant altijd ‘perfect’ moet zijn. De tuchtrechter zou daarmee de doelstelling ondergraven waarvoor het wettelijk tuchtrecht is ingevoerd. Omdat dit jaarverslag er mede voor is bedoeld duiding te geven aan de cijfers ook over opgelegde maatregelen, permiteer ik mij een weerwoord.

Uit mijn analyse blijkt dat in absolute zin het aantal (tijdelijke) doorhalingen over de periode 2016 – 2025 redelijk constant is met gemiddeld 12 zware maatregelen per jaar (excl. PE). Mede door de sanering van de sector via het tuchtrecht is sprake van een afname van het aantal klachten, bijvoorbeeld minder klachten over de kantoortoetsing, sinds de oprichting van de Accountantskamer. Het totaal aantal gegronde klachten is sterk gedaald, van circa 55 in 2016 naar 29 in 2025 (excl. PE). Dat betekent dat er relatief gezien vaker sprake is van een (tijdelijke) doorhaling, in 2025 zelfs in 50% van de gegronde klachten. Dat betekent niet dat we strenger zijn, ik herken dat beeld ook niet. Veeleer heeft het te maken met het type klacht dat wordt ingediend, ik denk aan de zwaardere zaken die bijvoorbeeld aan ons worden voorgelegd door de institutionele klagers. Ik betreur  dat daardoor het beeld ontstaat dat we strenger zijn geworden. De Accountantskamer heeft juist ter bevordering van uniforme maatregeloplegging aan accountants de afgelopen twee jaar als proef gewerkt met een matrix, oriëntatiepunten genaamd. Deze zijn afgeleid uit de analyse van een groot aantal zaken uit het verleden en zijn bedoeld om consistentie van de maatregeloplegging in de tijd en tussen verschillende samenstellingen van de kamer te waarborgen. Eind 2026 zal het project worden afgerond. De conclusies van de evaluatie zal ik een volgende keer delen. 

Door de Wijzigingswet Accountancysector kan de Accountantskamer straks ook een gedragsbevorderende maatregel aan een accountant opleggen, op de naleving waarvan de NBA toezicht houdt. Het gaat daarbij om een maatregel die primair tot doel heeft om het professionele gedrag van de accountant te verbeteren en om herhaling van fouten te voorkomen, in plaats van een punitieve maatregel. Daarover gaan we binnenkort met de NBA in gesprek.

Wat de tuchtrechtelijke toetsing door de Accountantskamer betreft ligt de lat niet zo hoog – de accountant zou perfect moeten zijn – als de schrijver van het artikel stelt en ik verwijs hier kortheidshalve graag naar de interessante bijdrage van ons rechterlijk lid mr. Annelies Brink-van der Meer, associate professor en onderzoeker aan de VU.

Hoger beroep

In 29 zaken is in 2025 hoger beroep ingesteld bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb). Er zijn door dat college 16 uitspraken gedaan. Eind 2025 is er overleg geweest met het CBb onder andere over de hoge doorlooptijd in hoger beroep. Die is ontstaan door de enorme toename van zaken over coronasteunmaatregelen. Meegedeeld is dat men doende is de achterstanden weg te werken. 

Reflectiebijeenkomst advocatuur

In september 2025 is een reflectiebijeenkomst gehouden met een groep advocaten die vaak bij ons procedeert. Ze deelden hun ervaringen met de Accountantskamer en hielden ons een spiegel voor. Daarbij stond de behandeling van tuchtzaken centraal waarbij gesproken is over onze werkwijze, het verloop van zittingen en de bejegening. Ook hebben wij input gevraagd op de voorgenomen wijzigingen in ons procesreglement waarbij een aantal verbeterpunten is besproken. Het was goed hun perspectief te ervaren en we kijken terug op een geslaagde bijeenkomst.

Vooruitblik 2026
Na de afronding van het project Optimalisatie Zaakbehandeling en het project Oriëntatiepunten gaat de focus dit jaar naar de ontwikkeling van soft skills en het op peil houden van onze kennis van wet- en regelgeving via trainingen tijdens onze Jurisprudentie-middag en Jaarbijeenkomst. Of de hoge instroom blijft, ligt verscholen in de komende tijd.  

Voor nu wens ik u veel leesplezier!

Sandra Schreuder
Voorzitter Accountantskamer